Rouwverwerking bij kinderen

Recent heb ik twee lezingen bezocht over rouwverwerking bij kinderen en jongeren, een onderwerp dat me fascineert en waar ik me misschien in wil specialiseren. Diep onder de indruk heb ik geluisterd naar de ervaringen van mensen die kinderen begeleiden. Ik ben altijd benieuwd naar hoe andere deskundigen dit doen. Zulke verhalen brengen mij op nieuwe ideeën die ik in mijn eigen praktijk kan toepassen.

‘Het zal wel goed gaan’

Nog meer was ik onder de indruk van de jongeren die zelf vertelden over hun verlies. Over wat dat met ze deed, hoe hun leven van het ene op het andere moment volledig veranderde, hoe mensen in hun omgeving reageerden en hoe ze toch verder moesten. Zo vertelde een meisje dat mensen dachten dat het wel goed met haar ging na het overlijden van haar moeder. Ze liet haar verdriet niet zien en sprak er ook niet over. ‘Ik hoor niks, dus het zal wel goed gaan’, was een uitspraak van haar vader. Ondertussen ging het helemaal niet goed met haar.

Ook beschreven de kinderen hoe ze hun verdriet wegstopten om ouders, broers of zussen te beschermen. Een jongen wilde een lange tijd helemaal niet praten over zijn gevoelens en hij wilde niemand dichtbij laten komen. Het ging ook over verkeerde keuzes maken, vluchtgedrag, allemaal om de pijn tegen te houden. Maar dat kan niet. Of eigenlijk wel, maar dat kan maar tijdelijk. De pijn is er en die gaat niet weg.

Eigen manier

Het verdriet moet je een plek geven, wordt vaak gezegd. Maar wat is dat? Er is helemaal niet één plek. Het verdriet draag je met je mee en kan overal tevoorschijn komen. Tijdens een gesprek over alledaagse dingen kan het er ineens zijn. Dat overkwam mij pasgeleden. Ineens voelde ik weer het verdriet om mijn vader. Ik moet hem al 10 jaar missen. Mijn twee zoontjes zullen nooit zelf ervaren hoe lief en bijzonder hun opa was. Ik vertel ze over hem en dat kleine kinderen zo gek op hem waren, dat hij grappig was en mensen aan het lachen maakte. Dat vinden ze leuk. Door herinneringen op te halen, blijft mijn vader in mijn leven. Dat is mijn manier. En zo hebben kinderen ook hun eigen manier om met verlies om te gaan, zichtbaar of onzichtbaar. Ze leren stap voor stap ermee te leven. Dit kan gepaard gaan met boosheid, schaamte, schuldgevoel en jaloezie, maar ook lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn of vermoeidheid.

Hulp bij rouw

Het rouwproces van kinderen kan behoorlijk wisselvallig zijn. Verdriet kan ineens omslaan in blijdschap en andersom. Het vermijden of ontkennen van verdriet en ‘gewoon’ plezier hebben, is een natuurlijk mechanisme dat ervoor zorgt dat kinderen het rouwproces aankunnen. Ze kunnen er niet continu mee bezig zijn. Wanneer kinderen door rouw beperkt worden in hun dagelijks leven, zijn er gelukkig verschillende vormen van begeleiding mogelijk. Zo zijn er rouwbegeleiders, speltherapeuten, schoolmaatschappelijk werkers en natuurlijk ook kindercoaches die kunnen helpen om een nieuw evenwicht te vinden. Maar ook dan gaat de pijn nooit weg.

“Na een jaar kon ik het niet meer volhouden dat mijn vader op vakantie was, want dat had ik in mijn hoofd bedacht. Ik moest wel toegeven dat hij echt dood was. Toen pas werd ik verdrietig.“  
Rosa, 12 jaar
(uit het boek Jong Verlies, R. Fiddelaers-Jaspers, 2014)

 Terug

“Het voorbeeld  met de sneeuwbol was zo duidelijk. Het gevoel zit zo overal om haar heen, maar als je even wacht, dwarrelt het naar beneden. Wij wilden haar handvatten geven om in geval van ‘nood’ te weten dat ze een keus heeft. We zien dat ze vrijer is geworden en beter kan vertellen wat ze voelt. Naar Carmelina gaan, was echt haar ding en ze vond het altijd fijn om te gaan. Een hele veilige en prettige ervaring voor ons allemaal.”

Vader en moeder van T. (6 jaar) uit Tilburg